Loading...
Navigatie:  Home  >  Nieuws  >  Bericht

De verantwoordelijken voor het eurodrama

 17 juni 2015 

    Print       Email

jan gajentaan - CopyDoor Jan Gajentaan
De meningen verschillen of de euro een mislukking of een succes is. Op dit moment is er in de meeste landen van de eurozone enige groei, maar dat komt vooral door de lage olieprijs in combinatie met de lage notering van de euro, wat gunstig is voor het exporterend bedrijfsleven.

Dit betekent niet dat alles koek en ei is. De koopkracht van burgers gaat nog steeds achteruit. Door de kunstmatig lage rente zijn spaarders en gepensioneerden de klos. De situatie met betrekking tot Griekenland, wordt met de dag zorgelijker. De economische groei in de eurozone is lager dan in EU-landen buiten de eurozone en steekt schril af tegen de groei in de VS. Het is dus tijd om de vraag te stellen hoe de euro er kwam en vooral, waarom het in deze vorm moest gebeuren.

Historisch gezien is er al vanaf de jaren zestig en zeventig een debat geweest over het invoeren van een gemeenschappelijke Europese munt. Dat kwam onder meer omdat er verschillende valutacrises waren. In 1967 en in 1969 gingen o.a. het Britse pond en de Franse Franc onderuit. Al in 1969 werd door de EEG de Commissie Werner benoemd, die onderzoek moest doen naar een eenheidsmunt. Zo werden de eerste, voorzichtige stappen gezet.

In 1975 adviseerde een groep topeconomen, de Optica Groep, aan de Europese Commissie om een gemeenschappelijke munt in te voeren als bescherming tegen speculanten, maar zij vonden dat daarnaast nationale munten moesten blijven bestaan in de vorm van parallelmunten. De Optica Groep waarschuwde dat anders massawerkloosheid het gevolg zou zijn, omdat de landen in het zuiden vroeg of laat onderuit zouden gaan met een voor hen veel te sterke munt.

Door allerlei redenen zijn deze plannen nooit doorgevoerd. Wat wel ontstond was de zogenaamde D-mark zone: enkele landen met een sterke munt, waaronder Nederland, koppelden hun munt aan de Duitse D-mark. Dit was relatief succesvol en heeft Nederland monetaire stabiliteit en een relatief lage rente op staatsobligaties gebracht.

In 1989 bracht de toenmalige voorzitter van de Europese Commissie, de Franse socialist Jacques Delors, het idee van een muntunie weer ter sprake. De meeste landen, waaronder Nederland (met toen nog Onno Ruding als minister van Financiën), voelden daar niets voor. Een jaar later ontstond een nieuwe situatie. De Berlijnse Muur viel in 1989 en de Duitse bondskanselier Kohl zag zijn kans schoon het verdeelde Duitsland te herenigen (1990). De Franse president Mitterrand, ingefluisterd door partijgenoot Delors, ging akkoord met de Duitse hereniging op één voorwaarde: er moest een gemeenschappelijke munt komen.

Zoals ik vorige week in mijn column ‘De alternatieven voor de euro” al uiteenzette, is Nederland een handlanger geweest van Jacques Delors bij het doorvoeren van de euro. Met name Wim Kok (PvdA), minister van Financiën vanaf eind 1989 en later premier, was een medestander van Delors. In de ogen van Delors was Nederland als klein en neutraal land de ideale “partner in crime” om de eenheidsmunt door te voeren. Kok vond dat een prima idee en wilde zelfs meer, niet een alleen een Europese economische en monetaire unie maar ook een Europese politieke unie.

Ook premier Lubbers (CDA) speelde het spel mee, misschien omdat hij hoopte Delors op te volgen als voorzitter van de Europese Commissie. Een droom waaraan in 1994 een einde werd gemaakt, toen Kohl hem liet vallen als een baksteen.

Hoe het ook zij, in 1991 werd op Nederlandse bodem met het Verdrag van Maastricht de grondslag gelegd voor de EMU (Europese Monetaire Unie), de euro (feitelijk ingevoerd in 2002) en de huidige EU. Nu zijn er, zoals ik hierboven al aangaf, wel redenen aan te geven waarom Europa baat had bij een gemeenschappelijke munt, maar tegelijkertijd was vanaf het begin duidelijk dat het opgeven van iedere vorm van monetaire flexibiliteit (het kunnen aanpassen van rente en – via wisselkoersen – van prijzen) tot grote ongelukken moest leiden. De Optica Groep had hiervoor al ernstig gewaarschuwd en in de jaren negentig hebben ook veel Amerikaanse economen hiervoor gewaarschuwd, waaronder de beroemde Nobelprijswinnaar en monetarist Milton Friedman.

In 1997 was er een groep van 70 gerenommeerde Nederlandse economen die een pamflet publiceerden in de Volkskrant waarin zij eveneens waarschuwden voor de gevolgen van de euro. De economen, onder wie de Rotterdamse hoogleraar Arjo Klamer, schreven dat het opgeven van iedere vorm van monetaire flexibiliteit in combinatie met het stabiliteitspact (strenge begrotingsnormen) ertoe zou leiden dat de factor arbeid de rekening van toekomstige economische schokken gepresenteerd zou krijgen. Dat zou volgens hen gebeuren in de vorm van een hogere werkloosheid, loondaling en vergaande flexibilisering van de arbeidsmarkt.

Deze economen werden destijds belachelijk gemaakt door politici zoals PvdA’er Rick – de eurowaanzinnige – van der Ploeg, die hen een “Alice in Wonderland-visie” verweet. Achteraf blijkt dat de groep van 70 economen het grootste gelijk van de wereld had. In Nederland is door de euro de koopkracht al sinds 15 jaar dalende, de werkloosheid is ongeveer verdubbeld, flexibilisering is aan de orde van de dag. Ouderen komen moeilijk aan de slag. In Zuid-Europa is het slagveld nog groter; daar praten we over werkloosheidspercentages van 25% en een jeugdwerkloosheid van 50%.

Wat betreft Nederland doet zich nog de bijzondere omstandigheid voor dat de gulden bij het vaststellen van de euro-omwisselkoers in 1997/98 veel te goedkoop werd ingewisseld door de ECB en de Europese Raad, nota bene met goedvinden van premier Wim Kok en minister van Financiën Gerrit Zalm, waardoor er structureel (jaar-in-jaar-uit) een welvaart- en koopkrachtverlies is ontstaan ter hoogte van 10 procent van het Nederlandse BBP, inmiddels tot en met 2014 opgelopen tot maar liefst 800 miljard euro aan BBP. Volgens geruchten stemde Kok daarmee in omdat zijn partijgenoot de toenmalige DNB-president Wim Duisenberg het eerste ECB presidentschap werd toebedeeld, een prestigieuze functie.

De vraag is nu: zal er ooit verantwoording worden afgelegd over de fouten die gemaakt zijn bij het invoeren van de euro? Hoe kwamen de Europese politici erbij om, dwars tegen het advies in van deskundigen, een eenheidsmunt in te voeren zonder enige monetaire flexibiliteit in een gebied dat economisch zo divers is als de eurozone? Was dat niet vragen om ongelukken? Hebben de als gevolg hiervan ontstane miljoenen werklozen, de vele failliete ondernemers, de nabestaanden van mensen die uit financiële ellende zelfmoord pleegden, niet recht op een eerlijk antwoord?

Onlangs hebben ruim 43.000 Nederlanders een petitie ondertekend waarin gevraagd wordt om een parlementaire enquete naar de invoering van de euro. Deze petitie is inmiddels ingediend bij het parlement. Misschien dat we toch nog een antwoord krijgen op onze vragen.

Zie ook een ander interessant bericht door op de volgende link te klikken>>> DIKKE MENSEN IN SURINAME WORDEN MAGER MET NIEUW AFSLANKMIDDEL

    Print       Email
  • Published: 2 maanden ago on 3 september 2020
  • By:
  • Last Modified: september 3, 2020 @ 12:42 am
  • Filed Under: Nieuws
Translate »