Loading...
Navigatie:  Home  >  Nieuws  >  Bericht

De natiestaat, ten dode opgeschreven of bezig aan wedergeboorte?

 24 juli 2015 

    Print       Email

jan gajentaan - CopyDoor Jan Gajentaan

Mede door de telkens weer oplaaiende eurocrisis is er in Europa een levendig debat gaande over de natiestaat. Is de natiestaat een overblijfsel van het verleden en moeten we de oplossing van de eurocrisis zoeken in een federale structuur, zoals de vijf “presidenten” van de EU (Tusk, Juncker, Schulz, Draghi en Dijsselbloem) willen? Ook politici als de Belgische Guy Verhofstadt (VLD) of de Nederlander Alexander Pechtold (D66) zijn voorstanders van een Europese federale staat.

Of is het juist tijd voor een tegenbeweging, een herstel van de natiestaat, zoals geclaimd wordt door in opkomst zijnde partijen als UKIP (VK), Front National (Frankrijk), PVV (NL) of AfD in Duitsland? De Franse politicus Florian Philippot, vicepresident en strateeg van het nieuwe, meer gematigde Front National, is van mening dat de Europese politiek de komende jaren zal draaien om de tegenstelling tussen EU-federalisme en natiestaat, en niet om de oude links-rechts tegenstellingen.

Volgens federalisten kan de euro eenheidsmunt alleen werken als er een overkoepelend fiscaal en macro-economisch beleid is. Op die manier was de euro ook bedoeld toen deze in 1990-1992 werd doorgedrukt door de toenmalige voorzitter van de Europese Commissie, de marxist Jacques Delors: als het Paard van Troje, dat de economische onderbouw onherroepelijk zou veranderen waarna de politieke bovenbouw (de Europese politieke unie) vanzelf wel zou volgen.

Tegenstanders van de euro (die meestal ook tegenstander zijn van de Europese superstaat) stellen het tegenovergestelde. Zo is econoom en pensioendeskundige Bruno de Haas, bekend van veel euro-publicaties, van mening dat de one-size-fits-all euro uiteindelijk zal leiden tot een verlies van maar liefst 70% van het Nederlandse nationaal inkomen, door de oplopende kosten van de transferunie en de kunstmatig lage rente, die Nederland als land met een groot spaaroverschot bovenmatig hard treft, met name onze gepensioneerden.

Los van de financiële en economische discussie, spelen ook andere overwegingen een rol. Op dit moment wordt de toestroom aan immigranten vooral bepaald door allerlei EU- en VN regels en verdragen, waardoor de invloed van de natiestaat beperkt wordt. Velen – waaronder ook ikzelf – zijn van mening dat na 40 jaar massa-immigratie, oplopende spanningen en enorme problemen met radicalisering en ook op het vlak van werkloosheid en het onbetaalbaar worden van sociale voorzieningen, het nu tijd is voor een meer restrictief en gecontroleerd immigratiebeleid.

In mijn ogen is dat niet alleen in het belang van autochtone Nederlanders, maar ook in het belang van veel allochtone Nederlanders die hier een toekomst zien en hun bijdrage leveren. Echter, met de huidige EU en VN die werken op basis van allerlei juridische noties en geen oog hebben voor de realiteit, is het wat betreft het immigratiebeleid moeilijk, zo niet onmogelijk kersen eten.

Dit pleit ervoor om alle bevoegdheden betreffende immigratie terug te halen naar de natiestaat; de EU is in mijn visie een orgaan dat de wensen van de natiestaten uitvoert, maar moet ophouden een bureaucratisch beleid op te leggen aan de lidstaten. Een totaal andere visie dus dan die van de huidige EU-top, die zich de ongekozen meesters van Europa wanen. Als je dit in Europa zegt, word je tegenwoordig meteen in de rechts-radicale hoek geschoven, terwijl in andere werelddelen natiestaten gewoon over hun eigen immigratiebeleid gaan. Het is ook niet Unasur dat het immigratiebeleid van Brazilië of Suriname bepaalt, om maar eens iets te noemen.

Hoe dan ook, het zijn moeilijke, maar ook boeiende tijden. De laatste tijd heb ik veel nagedacht over mijn politieke uitgangspunten en ook gereflecteerd op mijn eigen geschiedenis en die van mijn familie. Mijn vader en grootvader waren liberalen, maar ook patriotten. Met name mijn grootvader heeft veel gedaan voor wat vóór de Tweede Oorlog nog “de nationale zaak” werd genoemd.

Volgens de Franse schrijver Eric Zemmour is die beschermende natiestaat vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw uitgehold door twee heel verschillende krachten: enerzijds de linkse, progressieve, internationaal denkende beweging van mei 1968; anderzijds kapitalistische krachten van globalisme en “neoliberalisme”, die eveneens een globale ordening nastreven, maar dan vanuit het oogpunt van winstmaximalisatie.

De natiestaat is bijna overal in Europa in de verdringing geraakt tussen die tegenstrijdige krachten, die op een wonderlijke manier samenspannen. Je ziet het ook aan de eenheidseuro, die enerzijds de belangen dient van multinationals en grote beleggers, maar anderzijds die van een kleine elite van sociaaldemocratische, liberale en christendemocratische herkomst. De middenklasse gaat achteruit in inkomen, maar ook qua politieke invloed, nu het beleid steeds meer bepaald wordt door ongrijpbare supranationale organen (EU, ECB, etc.)

Is het tijd voor een wederopstand van de natiestaat? Een dergelijke wederopstanding zou de EU in de huidige vorm kunnen dwingen zichzelf in rap tempo te hervormen, ofwel ophouden te bestaan.

 

 

Zie ook een ander interessant bericht door op de volgende link te klikken>>> DIKKE MENSEN IN SURINAME WORDEN MAGER MET NIEUW AFSLANKMIDDEL

    Print       Email
  • Published: 2 maanden ago on 3 september 2020
  • By:
  • Last Modified: september 3, 2020 @ 12:42 am
  • Filed Under: Nieuws
Translate »