Loading...
Navigatie:  Home  >  Nieuws  >  Bericht

IMF: zegen of vloek? – deel 2 [VIDEO]

 11 mei 2016 

    Print       Email

6

 

Wereldbank

Veel mensen hebben moeite het IMF en de Wereldbank uit elkaar te houden, nog meer burgers hebben geen idee wat deze instituties doen.

        
  

Een eventuele samenwerking met het IMF roept in de meeste gevallen een soort Pavlov-reactie van hevig verzet op.

In ‘IMF: zegen of vloek?’ zoeken wij de mogelijke oorzaken van deze reactie, en kijken wij wat de ervaringen met dit instituut zijn.

Dit is het tweede van drie delen die verschijnen op dinsdag 10, woensdag 11 en donderdag 12 mei.

        

Zelfs John Maynard Keynes, volgens velen de briljantste econoom van de 20e eeuw, geestesvader van de keynesiaanse theorie en één van de grondleggers van de twee instituten, gaf tijdens de openingszitting van het IMF toe dat hij in de war raakte door de namen.

Hij vond dat het Fonds een bank genoemd moest worden, en dat de Bank een fonds moest heten. De verwarring is sindsdien nooit minder geworden.

De Wereldbank (eigenlijk: de Internationale Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling) en het IMF worden samen de Bretton Woods-instellingen genoemd, naar de stad Bretton Woods waar de oprichtingen plaatsvonden.

Bij de oprichting sprak de internationale gemeenschap af dat het IMF zou ingrijpen bij een acute financiële crisis en de Wereldbank investeringen in ontwikkelingslanden zou financieren.

•    IMF Executive Directors and Voting Power

Beide organisaties zijn opgericht door de ‘wereldgemeenschap’ en van beide zijn zowat alle landen van de wereld participerend lid. Nederland is een van de belangrijkste leden. Zij leidt sinds begin jaren ’50 een kiesgroep en neemt binnen deze groep een meerderheidspositie in; hierdoor heeft Nederland een krachtige stem binnen het IMF.

Binnen het IMF geld het principe ‘one country, one vote’ niet. Landen krijgen een aantal stemmen dat afhangt van hun politieke en economische invloed.

De VS heeft de meeste stemmen: 16.66% van het totaal, gevolgd door Japan met 6.21% en China met 6.14%. Nederland vormt met nog enkele landen een kiesgroep.

De kiesgroep waar Nederland in zit, staat qua invloed op de vierde plek met 5.45% van de stemmen, en binnen deze groep heeft Nederland de meeste stemmen.

Er zijn verschillen: het IMF is een ‘kleine’ organisatie met 2300 man personeel; de Wereldbank is groter en complexer opgezet.
De Bank heeft driemaal meer medewerkers: 7000-plus, en heeft 40 kantoren over de hele wereld; het IMF heeft alleen een hoofdkantoor in Washington DC en drie kantoortjes in Parijs, Genève en bij de VN in New York.

Kredietcoöperatie

Wat Keynes ook gedacht mocht hebben: het IMF is geen bank, maar lijkt meer op een kredietcoöperatie waar de leden het kapitaal bijeen brengen en daaruit mogen lenen wanneer dat nodig is.

De IMF-fondsen komen van bijdragen uit de 189 lidlanden. Ieder lid draagt een bedrag bij dat wordt bepaald door haar economische omvang en kracht: rijkere landen betalen meer, arme landen dragen minder bij.

De Wereldbank leent en leent uit. Rijke landen kunnen niet lenen bij de Wereldbank, alleen kredietwaardige ontwikkelingslanden kunnen aankloppen bij de Bank.

2
 
Maar ook daar zijn apart spelregels voor. De Wereldbank is voor het lenen opgesplitst in twee delen: de International Bank for Reconstruction and Development (IBRD) en de International Development Association (IDA).

Ontwikkelingslanden met een BNP (Bruto Nationaal Product, de maat die aangeeft hoe rijk een land is) van meer dan 1305 dollar kunnen lenen van de IBRD. De rente is iets meer dan waartegen de IBRD het geld zelf leende en moet binnen 12 tot 15 jaar terugbetaald zijn.

IDA-leningen gaan naar landen met een BNP van minder dan 1305 dollar en zijn renteloos, met een looptijd van 35 tot 40 jaar.

     
 
  • Minder geld naar onderwijs en gezondheid
  • Geen subsidies voor basisvoedsel en openbaar vervoer
  • Devaluatie
  • Privatisering
  • Lonen worden bevroren
 
     

Tegenstand

Vanaf de schuldencrisis van de 80’er jaren is het IMF vooral bezig landen uit het financiële slop te trekken met noodhulp onder bepaalde voorwaarden. Vaak worden deze pakketten SAP’s genoemd: Structurele Aanpassing Programma’s.

Volgens sommigen stelt het IMF zich daarbij op als woekeraar die een enorme invloed uitoefent op de economieën van meer dan 60 landen en een economische ravage aanricht met SAP’s.

Lenende landen moeten het beleid van het IMF volgen om leningen, internationale hulp of zelfs schuldhulp te krijgen. De internationale mensenrechtenorganisatie Global Exchange zegt bijvoorbeeld dat het IMF bepaalt hoeveel een land-in-nood mag besteden aan onderwijs, gezondheidszorg en milieubescherming.

Toenemende armoede

Om SAP’s terug te betalen, zegt Global Exchange, moeten landen snijden in de uitgaven voor onderwijs en gezondheid, subsidies voor basisvoedsel en openbaar vervoer moeten worden gestopt, de nationale valuta moet worden gedevalueerd om exporteren goedkoper te maken, nationale activa (bezittingen) moeten worden geprivatiseerd en lonen moeten worden bevroren.

Hierdoor neemt armoede toe, waardoor de landen minder in staat zijn hun economie te versterken en profiteren rijke landen van de precaire situatie in arme landen; bovendien hebben multinationals vrij spel om werkers te exploiteren.

Global Exchange noemt het voorbeeld van Argentinië: daar werd bezuinigd op de salarissen van artsen en leerkrachten om een IMF-lening mogelijk te maken.

Lees meer:

Zie ook een ander interessant bericht door op de volgende link te klikken>>> DIKKE MENSEN IN SURINAME WORDEN MAGER MET NIEUW AFSLANKMIDDEL

    Print       Email
  • Published: 3 weken ago on 3 september 2020
  • By:
  • Last Modified: september 3, 2020 @ 12:42 am
  • Filed Under: Nieuws
Translate »