Loading...
Navigatie:  Home  >  Nieuws  >  Bericht

IMF: zegen of vloek? – deel 3 [VIDEO]

 12 mei 2016 

    Print       Email

4
 
Het IMF legt een fundamenteel ondeugdelijk ontwikkelingsmodel op, is een andere grief van de mensenrechtenorganisatie.

        
  

Een eventuele samenwerking met het IMF roept in de meeste gevallen een soort Pavlov-reactie van hevig verzet op.

In ‘IMF: zegen of vloek?’ zoeken wij de mogelijke oorzaken van deze reactie, en kijken wij wat de ervaringen met dit instituut zijn.

Dit is het derde van drie delen die verschijnen op dinsdag 10, woensdag 11 en donderdag 12 mei.

        

Bijna 80% van alle ondervoede kinderen in de Derde Wereld leeft in landen waar de boeren werden gedwongen over te stappen van voedselproductie voor lokale consumptie, naar de productie van exportgewassen die bestemd zijn voor rijke landen.

Het IMF eist ook dat landen stoppen met hulp aan binnenlandse industrieën, terwijl voordelen moeten worden gegeven aan multinationals, zoals het gedwongen verlagen van de kosten voor arbeid.

Kleine bedrijven en boeren kunnen hier niet tegen concurreren. Zij kunnen wel voor een hongerloontje werken in sweatshops, in met steun van het IMF en de Wereldbank opgezette vrijhandelszones, zegt Global Exchange.

Oneerlijke concurrentie

Grote bedrijven profiteren op een oneerlijke manier van de IMF-regels, zegt de organisatie. Om de export te verhogen, worden arme landen aangemoedigd om belastingvoordelen en subsidies te geven aan exportindustrieën.

     
 

Voedsel voor lokale consumptie moet worden geëxporteerd naar rijke landen

 
     

Nutsvoorzieningen (telefoon-, water- en elektriciteitsbedrijven) worden verkocht aan buitenlandse investeerders tegen bodemprijzen.

De organisatie geeft het voorbeeld van Haïti: dat moest haar markt openstellen voor sterk gesubsidieerde rijst uit de VS, terwijl tegelijkertijd Haïti haar eigen boeren niet mocht subsidiëren.

Nu komt de helft van de rijst die in Haïti wordt geconsumeerd, van het Amerikaanse bedrijf Early Rice.

Het valt inderdaad niet mee positieve verhalen over het IMF te vinden.

Bevolkingen worden uitgeknepen

Mark Weisbrot, co-directeur van het Centre for Economic and Policy Research in Washington DC en voorzitter van Just Foreign Policy, schreef in 2009: “Het IMF heeft een lange staat van dienst (…) van het opleggen van onnodige en vaak schadelijke voorwaarden aan lenende landen.”

Ook hij beschrijft hoe landen ziekenhuizen en scholen sluiten om de doelstellingen van het IMF maar te halen. Deze landen knijpen hun bevolkingen helemaal uit om het de IMF naar de zin te maken, maar als de doelstellingen niet worden gehaald, straft het IMF dat alsnog af met inhouding van uitbetalingen – waardoor de bevolkingen nóg dieper in de modder zakken.

3
 
Malawi

Het Nederlandse tijdschrift OneWorld wordt uitgegeven door NCDO, de Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling.

OneWorld citeerde in 2002 uit een rapport van de organisatie ActionAid dat concludeerde dat de hongersnood in het land niet door droogte, maar door wanbeleid werd veroorzaakt.
Het IMF had daar volgens de hulporganisatie aangedrongen op verkoop van een deel van de voedselreserves.

     
 

IMF eist: verkoop voedsel van het volk om schulden te betalen

 
     

President Bakili Muluzi van Malawi vroeg 21 miljoen dollar voor voedselhulp. Donoren weigerden, omdat het land achterstallige schulden had. Het IMF eiste daarom dat Malawi graan dat voor het volk bestemd was, verkocht om deze schulden te betalen.

Zo droeg het IMF bij aan de honger, had ActionAid geschreven.

Vervolgens eiste het IMF dat de National Food Reserve Agency werd geprivatiseerd en dat de voedselprijzen werden losgelaten. Hierdoor stegen de prijzen van voedsel zo sterk, dat de bevolking het niet meer kon betalen.

Onzin, reageerde het IMF destijds. Het advies was niet om de totale reserve van 165.000 ton te verkopen – er moest slechts 60.000 ton worden verkocht, “slechts” meer dan 36% van het voedsel, zegt de organisatie.

Alle kritieken op het IMF komen dus op hetzelfde neer: grote landen geven geld aan het IMF (en de Wereldbank) om aan arme landen te lenen. Om voor dit geld in aanmerking te komen, moeten arme landen aanpassingen doorvoeren waarvan vooral de rijke landen profiteren.malawi honger

Om het geld terug te kunnen betalen, moeten lenende landen sparen en bezuinigen: in de IMF-geschiedenis meestal door beëindigen van subsidies, onder andere energiesubsidies, en snijden in kosten van gezondheidszorg en onderwijs.

Daarnaast moet de export worden gestimuleerd, bijvoorbeeld door exporteren goedkoper te maken – devaluatie van de nationale valuta is daar meestal de weg toe.

En: de weg moet vrijgemaakt worden voor investeerders. Dat kan door lonen te verlagen en de vakbeweging uit te schakelen of te verzwakken.

Kortom: lenende landen moeten alles doen wat gedaan kan worden om de donorlanden tevreden te houden. Zo verdienen die hun donaties terug – ten koste van arme landen, die werden vernietigd om rijke landen rijker te maken.

Lees meer:

Zie ook een ander interessant bericht door op de volgende link te klikken>>> DIKKE MENSEN IN SURINAME WORDEN MAGER MET NIEUW AFSLANKMIDDEL

    Print       Email
  • Published: 2 maanden ago on 3 september 2020
  • By:
  • Last Modified: september 3, 2020 @ 12:42 am
  • Filed Under: Nieuws
Translate »